top of page

Klarinetten

Chalumeau

​De chalumeau is aan het eind van de 17de eeuw al in documenten terug te vinden. Deze is daarmee enkele tientallen jaren ouder dan de barokklarinet, die waarschijnlijk pas begin 18de eeuw in Neurenberg werd ontwikkeld door Johann Christoph Denner en zijn zoon Jakob Denner. De chalumeau werd in verschillende groottes (sopraan, alt, tenor, bas en basson du chalumeau) gebouwd. Het instrument heeft naast de acht vingergaten twee kleppen. Een ander kenmerk is de zeer beperkte toonomvang, namelijk een undecime. Begin 18de eeuw bestonden chalumeau en barokklarinet naast elkaar, maar deze werden verschillend gebruikt. De chalumeau vanwege zijn weke toon in een laag register en de barokklarinet, vanwege zijn in die tijd trompetachtige en kernachtige klank, in een hoog register. De chalumeau is dan ook niet zoals vaak te lezen is, de ‘simpele’ voorloper van de klarinet, maar eerder een volwaardig instrument met een geheel andere toepassing.

Al snel na zijn introductie deed de chalumeau intrede in kerkelijke muziek zoals in Dresden in oratoria en requiemmissen van Jan Dismas Zelenka en in Wenen aan het hof in opera’s van Johann Joseph Fux, Giovanni Battista Bononcini en Antonio Caldara. De chalumeau wordt in pastorale scenes gebruikt en verklankt dan zachte en intieme gevoelens. Georg Philip Telemann, die de chalumeau zelf ook bespeelde, gebruikte het instrument in zijn werken in Frankfurt en later in Hamburg. Christoph Graupner, bijna zijn hele leven werkzaam aan het hof in Darmstadt, heeft veel gebruik gemaakt van de chalumeau. Niet alleen in kamermuziek maar ook in vele van zijn meer dan 1400 cantates. Solistisch wordt de chalumeau gebruikt in concerten van Johann Friedrich Fasch, Christoph Graupner, Georg Philipp Telemann en Johann Adolf Hasse.

Peter heeft zijn chalumeaux laten bouwen in Innsbruck bij Rudolf Tutz en bij Soren Green in Rotterdam. Het zijn kopieën van  originele chalumeaux die in musea in Nürnberg en Stockholm bewaard worden.

sopraan chalumeau

Historische klarinet

C-klarinet Soren Green (l), Bb-klarinet Rudolf Tutz (m), A-klarinet Rudolf Tutz (r)

De historische klarinetten die Peter Hutten bespeelt zijn kopieën van klarinetten uit de eind van de 18e eeuw en begin 19e eeuw.  De klarinet is een transponerend instrument en werd al vanaf het begin in de 18e eeuw gemaakt in verschillende toonsoorten. Eerst veelal in c en d, later in bes en a maar ook in es, as, f, e, b, g. De meest bespeelde klarinetten in de 18e en 19e eeuw waren van buxushout. Deze instrumenten hadden maar 5 kleppen meer waren er niet nodig. Dit vanwege de verschillende instrumenten die elk voor een specifieke toonsoort gebruikt werden. Maar naarmate de muziek in het begin van de 19e eeuw virtuozer en solistischer werd nam het aantal kleppen ook toe, tot wel 14.  Peter heeft zijn Bes- en A-klarinet laten maken door Rudolph Tutz in Innsbruck.  Als voorbeeld dienden de dresdener instrumenten van Heinrich Grenser. De C-klarinet is gemaakt door Soren Green in Rotterdam naar Weens model.

tutz uitsnede

Moderne klarinet

De moderne klarinetten zien er op het oog gelijk uit maar verschillen zijn er wel degelijk. Waar eerst nationale verschillen domineerden in bouw- en speelwijze door een nauwere of wijdere boring een ander kleppensysteem en smallere of bredere mondstukken, zie je tegenwoordig deze verschillen vervagen.

Peters’ instrumenten zijn in Duitse stijl. Naast instrumenten van Fritz Wurlitzer uit de vroege jaren 60 van de vorige eeuw, speelt Peter ook op een pas gebouwde klarinet van Harald Hüyng uit Düsseldorf. Fritz Wurlitzer en zijn zoon Herbert waren twee toonaangevende bouwers van de vorige eeuw, de klarinetten van Harald Hüyng kenmerken zich door een rijke klankkleur.

Bb-klarinet Harald Hüyng
Fritz Wurlitzer klarinetten: (b) Schmidt-Kolbe System (o) Neu-Entwickelt-System
bottom of page